Ook minder leuke mensen gaan dood.

En hij was echt minder leuk geweest. Eigenlijk gewoon echt niet leuk.

Dat vond zijn zus, haar man vond dat ook. Zijn andere zussen en zijn twee broers, en hun aanhang vonden dat ook. Al zijn buurtgenoten vonden hem ook echt niet leuk.

 

Het was een man geweest die met niemand contact wilde, al jaren niet. Een man die alles zijn hele leven had bewaard. Een man die in het ouderlijk huis was blijven wonen. Een huis waar al jaren geen onderhoud meer was gepleegd. Afval, kranten, ongeopende post, lege en halflege flessen en blikjes drank, ramen waar je niet meer doorheen kunt kijken, schimmel op de muren en op de plafonds. Een erf met alleen maar onkruid en oud ijzer. Heel veel oud ijzer.

 

Zijn broers en zussen woonden allemaal in de omgeving. Allemaal mensen ‘op leeftijd’. Met elkaar hadden ze een schema opgesteld, enkele jaren geleden. Op het schema stond een dag van de maand en je naam. Als het ‘jouw dag’ was, moest je op de fiets of met de auto langs zijn huis rijden. Om te ‘checken’ of hij nog leefde. Daar kwam het eigenlijk op neer. Een enkele broer of zus belde dan weleens aan, werd afgesnauwd bij de deur en ging dan maar weer naar huis.

 

Zijn zus belde mij. Ze had me net die week gezien op een ander afscheid. Ze vulde voor mij in dat deze situatie wel heel anders was dan het afscheid van afgelopen week.

We hebben koffie gedronken, één voor één kwam een andere broer of zus met aanhang binnen. Het verhaal werd keer op keer verteld aan de nieuwkomers. Hoe ze was langsgefietst. Hoe ze al aan het einde van de straat was en dacht ‘nee, ik moet toch maar even aanbellen’. Hoe ze daar eigenlijk geen zin in had, geen zin om weer ‘afgeblaft’ te worden. Maar goed, het was toch haar broer. Elektrische fiets omgedraaid en toch terug gefietst. Aangebeld, geen gehoor. Nog een keer aangebeld. Geklopt op het raam. Om het huis heen gelopen. Een buurman was in zijn tuin bezig en zag haar. Hij vertelde dat haar broer eigenlijk al een tijdje niet gezien was. De buurman had een zwager bij de politie, die wilde hij wel even bellen als ze dat goed vond. De zwager werd gebeld…

 

Ergens, tussen al die spullen, vond een schoonzus een beschreven servet. Een servet van de plaatselijke snackbar. Daarop stond ‘aan wie dit vind, breng me maar naar het crematorium, verder niks’.

Met elkaar besloten zijn broers en zussen dat dit dan ook maar zo moest gebeuren. Enkele dagen later reed ik naar het crematorium, een rouwauto achter me. Ik heb hem naar de oven Begeleid en ik was erbij toen zijn kist werd ingevoerd.

Ik reed naar het huis van zijn zus.

Alle broers en zussen waren daar. Ze dronken koffie en waren stil, ieder in hun eigen gedachte verzonken.

Nathalie de Vries
Mr. P.J. Troelstraweg 88
8917 CS Leeuwarden
06-29023236
nathalie@TIJDuitvaartBegeleiding.nl