We hadden haar broer net begraven. Of beter gezegd, we hadden haar broertje net begraven. Net 87 was hij geworden. Zij was bijna 89 jaar. En door zijn overlijden bedacht ze zich dat er eigenlijk niemand zou zijn wanneer zij zou overlijden. In ieder geval niemand meer van haar leeftijdsgenoten, niemand meer van haar vriendinnengroep, niemand meer van haar fietsclub, niemand meer van haar oud-collega’s. Niemand die zou weten wat haar wensen
zouden zijn, straks, later, als het zover zou zijn.

Ze sprak me aan, net na de begrafenis van haar broertje. Of ik misschien eens wilde praten over haar afscheid. Want dan wist tenminste iemand hoe zij daar zelf over dacht. Ze had nooit een relatie gehad, geen kinderen, dus ook geen oma
geworden. Haar broertje was wel getrouwd geweest, zijn vrouw was een paar jaar geleden overleden. Ze had geen neefjes of nichtjes. En die paar mensen met wie ze ooit over ‘de dood’ had gesproken, leefden allemaal niet meer.

Bij haar thuis, een paar weken later, dronken we thee. Ik was onder de indruk van haar boekenwand. De meeste boeken waren meer dan één keer gelezen. Uit sommige staken briefjes met aantekeningen. Een gedeelte van de wand met boeken over de landen waar ze was geweest. Een gedeelte van de wand met boeken over haar geboortestreek. Een gedeelte van de wand met romans. Een gedeelte van de wand met vakliteratuur. En een gedeelte van de wand met
boeken over tuinieren.

Zij had het leven geleefd dat ik mezelf had zien leven wanneer ik niet de vader van m’n kinderen was tegengekomen. Behalve dan dat gedeelte van de wand met boeken over tuinieren, daar had vast wat anders gestaan. Ze vertelde me dat ik het leven leef dat zij voor zichzelf had gezien. Toen ze 11 was, 21, 31 en 41 jaar. En rond die eenenveertigste verjaardag had ze zich gerealiseerd dat het toch ‘een beetje anders liep’. ‘Als ik mag vragen, wat is uw leeftijd?’ was één van haar vele vragen die middag. ‘Bijna 41 mevrouw…’.

We hadden het over het afscheid van haar broertje. Over de uitvaarten van vriendinnen, schoonzus, buren, fietsclub-kennissen. En we hadden het over wat zij zou willen, straks, later, als het zover zou zijn. Het werd ‘straks’, het werd ‘later’, ‘het was zover’. Ze was er niet meer. En er had een briefje tussen haar spullen gelegen met mijn naam en telefoonnummer. Met het krabbeltje ‘deze mevrouw bellen als ik er niet meer ben, zij weet mijn wensen’.

Wat was haar afscheid mooi. Zo van haar.

Nathalie de Vries
Oer de Feart 10
8502 CN Joure
06-29023236
nathalie@TIJDuitvaartBegeleiding.nl